Citaat | Hoge Raad 8 december 2017

Onder 3.6.2 Hoge Raad 8 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3110.

Klacht 3, die is aangevoerd voor het geval klacht 1 niet gegrond wordt bevonden, is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een schending van fundamentele rechten van [verzoeker] dan wel van het ten onrechte buiten toepassing laten van hetgeen art. 269 Fw voorschrijft. Betoogd wordt dat geen rechtsgeldige stemming heeft plaatsgevonden en de rechter-commissaris daarom niet heeft kunnen beslissen dat het akkoord is verworpen. De stemming voldoet volgens de klacht niet aan de eisen van art. 269 Fw op de grond dat uit het proces-verbaal niet blijkt hoe de crediteuren hebben gestemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fbc4b4989581b2a1556ce91a1b1284c3ef3a9ba6bdca5607dda880880c6cead. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fbc4b4989581b2a1556ce91a1b1284c3ef3a9ba6bdca5607dda880880c6cead, en de alinea staat in dat document op bytes 17476 tot 18100.