Citaat | Hoge Raad 15 december 2017

Onder 4.2 Hoge Raad 15 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3142.

Uitgangspunt van de zojuist genoemde mogelijkheid tot afdoening van de zaak (in geval van bekrachtiging van de deelgeschilbeschikking) is dat een hoger beroep dat op de voet van art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv is ingesteld, heeft te gelden als een tussentijds hoger beroep in de procedure ten principale. Daarom heeft het hof ook bij vernietiging van een deelgeschilbeschikking de bevoegdheid de zaak aan zich te houden (art. 356 Rv). Het is aan zijn beleid overgelaten om de zaak al dan niet terug te wijzen (vgl. HR 24 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1073, NJ 1994/299).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/437d57d3585b127aadf51251692014b1a837ad6b9be56f5cc65a36830f2b2e1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 437d57d3585b127aadf51251692014b1a837ad6b9be56f5cc65a36830f2b2e1a, en de alinea staat in dat document op bytes 14626 tot 15222.