Citaat | Hoge Raad 15 december 2017

Onder 3.3.3 Hoge Raad 15 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3149.

De verplichting tot afdracht van omzetbelasting rust in beginsel op de ondernemer die de levering of de dienst verricht (art. 12 lid 1 Wet op de omzetbelasting 1968; hierna: Wet OB). Dat geldt ook indien de pand- of hypotheekhouder het aan hem door de ondernemer verpande of verhypothekeerde goed krachtens het recht van parate executie verkoopt (vgl. HR 23 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2784, BNB 1999/330). De verplichting tot afdracht van omzetbelasting rust (dus) niet op de pand- of hypotheekhouder. Indien de pand- of hypotheekhouder op grond van art. 57 lid 1 Fw zijn recht als separatist uitoefent, is hij evenmin gehouden om de in de verkoopprijs begrepen omzetbelasting af te dragen aan de boedel, maar kan hij zich mede op dat deel van de verkoopprijs verhalen (zie met betrekking tot de hypotheekhouder HR 6 mei 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW8883, NJ 1984/228 (Rentekas), alsmede HR 15 juli 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC4253, NJ 1986/193, en HR 13 maart 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5557, NJ 1988/556).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db6d287d050670664b0134c310a11420bc18d2ec1168c769e5bd4d99dd25f95a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db6d287d050670664b0134c310a11420bc18d2ec1168c769e5bd4d99dd25f95a, en de alinea staat in dat document op bytes 16462 tot 17472.