Citaat | Hoge Raad 24 februari 2017
Onder 3.2 Hoge Raad 24 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:316.
Eiser heeft aan zijn vorderingen de art. 36 en 40 Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) en onrechtmatige daad ten grondslag gelegd. Op grond van art. 36 Wbp kan de betrokkene aan degene die verantwoordelijk is voor de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens, een verzoek doen om bepaalde persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Art. 40 Wbp biedt hiernaast de mogelijkheid om ter bescherming van het belang van betrokkene of diens fundamentele rechten en vrijheden verzet aan te tekenen tegen de verwerking van persoonsgegevens. Eiser heeft voorts verwezen naar HvJEU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317, NJ 2014/385 (Google/Costeja), dat betrekking heeft op de uitleg van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (hierna: de Richtlijn persoonsgegevens), welke richtlijn is geïmplementeerd in de Wbp.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a943e313823b0420f18ab799626c4b6b379db822f10794d0949d3a278c67587c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a943e313823b0420f18ab799626c4b6b379db822f10794d0949d3a278c67587c, en de alinea staat in dat document op bytes 12268 tot 13519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a943e313823b0420f18ab799626c4b6b379db822f10794d0949d3a278c67587c | shasum -a 256