Citaat | Hoge Raad 19 december 2017

Onder 3 Hoge Raad 19 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3189.

Dit brengt mee dat in cassatie niet kan worden onderzocht of de rechter in herziening die op grond van zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal het tenlastegelegde heeft bewezenverklaard, terecht tot dat oordeel is gekomen dan wel of de door de rechter in herziening in zijn bewijsmotivering vastgestelde feiten en omstandigheden juist zijn. Dat geldt ook voor conclusies van feitelijke aard die hij heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsvoering zijn vervat. Dergelijke vaststellingen en gevolgtrekkingen kunnen ook in gevallen als de onderhavige in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden onderzocht (vgl. HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9, en de alinea staat in dat document op bytes 17766 tot 18476.