Citaat | Hoge Raad 19 december 2017

Onder 4.2. Hoge Raad 19 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3189.

In haar derde verhoor op 11 april 1994 omstreeks 19.30 uur verklaart [Jane H.] wederom over een bedreiging na de moord; zij geeft aan dat haar vóór het delict, door [Appie T.] , [Ahmed L.] en [Anil B.] is gevraagd waar zij werkte. In haar vierde verhoor, op 12 april 1994, verklaart zij dat zij vanaf begin juli 1993 regelmatig aan de [c-straat 1] te Breda kwam. Op diezelfde dag is [Jane H.] ook omstreeks 12.54 uur verhoord. In deze verklaring blijft [Jane H.] bij hetgeen zij eerder heeft verklaard en vult zij deze aan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9, en de alinea staat in dat document op bytes 26106 tot 26657.