Citaat | Hoge Raad 19 december 2017

Onder 4.2. Hoge Raad 19 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3189.

In het zesde verhoor als verdachte op 16 april 1994 om 10.44 uur wordt [Jane H.] bevraagd over personen die aan de [c-straat 1] te Breda woonden. Het zevende verhoor van haar als verdachte op 18 april 1994 ziet op een ander feit. Op diezelfde dag wordt [Jane H.] nader gehoord in de zaak " [naar mw. M.] ". Zij geeft dan aan het begin van het verhoor (haar achtste verhoor) aan dat zij een volledige verklaring wil afleggen en dat zij eerder niet volledig heeft verklaard vanwege bedreigingen. In dit verhoor, dat als proces-verbaal twee pagina's beslaat, verklaart [Jane H.] echter niet meer dan dat [Anil B.] iets weggooide in een vuilnisbak en in haar richting een "schietbeweging" en een gebaar langs zijn keel maakte. Klaarblijkelijk is op dat moment niet doorgevraagd door de verbalisanten. Het volgende verhoor van [Jane H.] is pas de dag erna. Daarin geeft zij aan in het restaurant te zijn geweest, daar [Anil B.] en [Appie T.] heeft gezien en zelf het slachtoffer heeft waargenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9, en de alinea staat in dat document op bytes 27190 tot 28195.