Citaat | Hoge Raad 19 december 2017

Onder 4.2. Hoge Raad 19 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3189.

Bij gelegenheid van haar verhoor door de rechter-commissaris in strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Breda als getuige in de zaken van [Anil B.] , [Appie T.] en [Ahmed L.] op 30 mei 1994 trekt zij al haar politieverklaringen in, omdat zij naar haar zeggen onder druk is gezet door de rechercheurs. Zij stelt dan dat wat zij weet, zij weet van de rechercheurs, en dat zij ook via haar advocaat - met wie zij, zo stelt het hof vast, klaarblijkelijk overleg had - verklaringen heeft gelezen. Desgevraagd kan zij niet aangeven waarom [Carien N.] dan in deze zaak heeft verklaard. De beweerdelijke druk is direct nader onderzocht door de verbalisanten te horen in aanwezigheid van de raadsman van [Jenny L.] . [verbalisant 18] en [verbalisant 22] verklaren tegenover de rechter-commissaris dat zij geen druk hebben uitgeoefend. [verbalisant 16] geeft aan dat hij [Jenny L.] heeft gehoord naar aanleiding van haar eigen eerdere verklaringen. Ook [verbalisant 21] geeft in zijn verklaring aan dat verhoren goed verliepen. Naar het oordeel van het hof is op grond van het onderzoek in de procedure in herziening niet aannemelijk geworden dat aan de ambtsedige processen-verbaal van de verhorende verbalisanten getwijfeld dient te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0189ba3a6b2876221b34544facbbdfcf4f83161c776d38a4de057c25edf45f9, en de alinea staat in dat document op bytes 48932 tot 50182.