Citaat | Hoge Raad 19 december 2017

Onder 2.3.1. Hoge Raad 19 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3198.

Nadat deze controle was aangevangen, cliënt netjes zijn identiteitskaart had overhandigd en het vuurwapen was aangetroffen, werd cliënt direct gevraagd van wie het vuurwapen was. Op het moment dat het vuurwapen werd aangetroffen, hadden de opsporingsambtenaren cliënt direct dienen te wijzen op de cautie, alvorens dergelijke vragen te stellen. Hier was derhalve evident sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Immers, cliënt bekende direct. Dat er vervolgens geen gevolgen zijn verbonden aan dit vormverzuim omdat cliënt later nogmaals zou hebben bekend, is een grote misvatting. Immers, indien aan cliënt de cautie was gegeven en hem dus was medegedeeld dat hij het recht had om te zwijgen, was de kans zeer groot dat cliënt zich van meet af aan al had beseft dat hij zichzelf zou incrimineren en had hij zijn mond gehouden. Dat cliënt later, nadat hem wel de cautie was gegeven, nogmaals heeft bekend is een direct gevolg van het feit dat hij al eerder een bekennende verklaring had afgelegd. Client is aldus evident in zijn verdediging geschaad, waardoor de verklaringen van cliënt dienen te worden uitgesloten van bewijs."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c9cbb447d284b9c1421db1acc8232aff72ddb975d330fceddf3f26c78e8e5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c9cbb447d284b9c1421db1acc8232aff72ddb975d330fceddf3f26c78e8e5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 11384 tot 12535.