Citaat | Hoge Raad 19 december 2017

Onder 2.4.1. Hoge Raad 19 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3198.

De omstandigheid dat in strijd met art. 29, tweede lid, Sv voorafgaand aan een verhoor van de verdachte in het voorbereidend onderzoek ter zake van een aan hem tenlastegelegd feit niet is medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden, levert een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van die verklaring (vgl. HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5706, NJ 2013/310, rov. 2.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c9cbb447d284b9c1421db1acc8232aff72ddb975d330fceddf3f26c78e8e5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c9cbb447d284b9c1421db1acc8232aff72ddb975d330fceddf3f26c78e8e5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 14812 tot 15323.