Citaat | Hoge Raad 22 december 2017

Onder 4.1 Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3250.

Het middel bestrijdt het oordeel van het hof, in rov. 2.6 van de bestreden beschikking, dat Bencis niet een rechtens te respecteren belang heeft bij het doen horen van de door haar bedoelde getuigen in een voorlopig getuigenverhoor. Onderdeel 1.2 betoogt dat het hof ten onrechte is vooruitgelopen op de toewijsbaarheid van een vordering in een eventueel door Bencis na het voorlopig getuigenverhoor aanhangig te maken procedure. Volgens onderdeel 1.4 heeft het hof daarnaast te hoge eisen gesteld aan de omschrijving in het verzoekschrift van de mogelijke normschending met het oog waarop de verzoeker met het voorlopig getuigenverhoor nu juist bewijsmateriaal hoopt te vergaren. Bovendien is het oordeel dat Bencis onvoldoende heeft beargumenteerd en toegelicht waaruit de mogelijke normschending van [verweerster] jegens haar zou bestaan, in het licht van hetgeen Bencis daaromtrent heeft gesteld onbegrijpelijk. Onderdeel 1.6 bouwt op deze klachten voort. De klachten worden gezamenlijk behandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bee905f211521b7bf37acace0a201abed480f77d8338d184dbfa35b3dfee992a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bee905f211521b7bf37acace0a201abed480f77d8338d184dbfa35b3dfee992a, en de alinea staat in dat document op bytes 15851 tot 16878.