Citaat | Hoge Raad 22 december 2017

Onder 4.2.2 Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3250.

Evenmin hoeft de verzoeker zich uit te laten over de precieze aard van de in te stellen vordering en, in voorkomend geval, de omvang van de geleden schade. Een voorlopig getuigenverhoor dient (in een geval als het onderhavige) nu juist ertoe degene die daarom verzoekt, in staat te stellen te beoordelen of het zinvol is een voorgenomen vordering in te stellen. In de procedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ligt dan ook niet de toewijsbaarheid van de in het verzoekschrift aangeduide vordering ter toetsing voor. (Vgl. onder meer HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8146, NJ 2010/172.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bee905f211521b7bf37acace0a201abed480f77d8338d184dbfa35b3dfee992a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bee905f211521b7bf37acace0a201abed480f77d8338d184dbfa35b3dfee992a, en de alinea staat in dat document op bytes 18387 tot 19005.