Citaat | Hoge Raad 22 december 2017

Onder 3.7 Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259.

(ii) Hetgeen in deze uitspraak is geoordeeld, laat onverlet dat bewijsverrichtingen die plaatsvinden ingevolge de art. 149-207 Rv (bijvoorbeeld een (voorlopig) getuigenverhoor of een (voorlopige) plaatsopneming) in een meervoudig te beslissen zaak kunnen plaatsvinden ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris zonder dat behoeft te zijn voldaan aan hetgeen hiervoor in 3.6.2-3.6.5 is vermeld. Voor dergelijke bewijsverrichtingen bepaalt art. 155 Rv (in hoger beroep in verbinding met de schakelbepalingen voor de dagvaardings- en verzoekschriftprocedure) dat de rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs is bijgebracht, zoveel als mogelijk meewerkt aan het wijzen van de einduitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c52185c0baa77efb42c67bc4c01363dbe7f61b3b43df4017e8d44b9104460268. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c52185c0baa77efb42c67bc4c01363dbe7f61b3b43df4017e8d44b9104460268, en de alinea staat in dat document op bytes 24612 tot 25342.