Citaat | Hoge Raad 22 december 2017

Onder 3.3.3 Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3262.

Art. 1:445 BW, dat deel uitmaakt van de regeling van titel 19 van Boek 1 BW inzake onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen, ziet op de verplichting van de bewindvoerder tot het afleggen van rekening en verantwoording. Ingevolge lid 1 dient deze rekening en verantwoording in beginsel jaarlijks en aan het einde van het bewind te worden afgelegd aan de rechthebbende, en aan het einde van de taak van de bewindvoerder aan diens opvolger (eerste volzin); een en ander geschiedt “ten overstaan van de kantonrechter” (tweede volzin). Lid 2 ziet op het geval dat de rechthebbende niet in staat is de rekening op te nemen, alsmede op het geval dat het onzeker is wie de rechthebbende is; in die gevallen wordt rekening en verantwoording afgelegd “aan de kantonrechter” (eerste volzin).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca, en de alinea staat in dat document op bytes 27913 tot 28728.