Citaat | Hoge Raad 22 december 2017

Onder 3.3.7 Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3262.

Na verwijzing dient te worden onderzocht of [eiser] c.s., voor zover zij aan hun vorderingen in de onderhavige procedure ten grondslag hebben gelegd dat [verweerder 1] bij de verkoop van de onroerende zaak is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder, met vrucht een beroep kunnen doen op het gezag van gewijsde als bedoeld in art. 236 lid 1 Rv van hetgeen is beslist in (met name rov. 12 van) de beschikking van 17 juni 2010 met betrekking tot – kort gezegd – de gang van zaken rond de verkoop van de onroerende zaak. Art. 236 lid 1 Rv leent zich voor overeenkomstige toepassing op een in kracht van gewijsde gegane beschikking waarin, in een geschil tussen partijen, beslissingen zijn gegeven die de rechtsbetrekking in geschil betreffen (vgl. HR 17 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0356, NJ 2013/377, rov. 5.4, en HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2109, NJ 2014/153, rov. 3.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca, en de alinea staat in dat document op bytes 31695 tot 32628.