Citaat | Hoge Raad 22 december 2017
Onder 3.1 Hoge Raad 22 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3262.
Mijn zuster gaf aan dat ze wilde dat het tegoed op die rekening naar mij zou toegaan, omdat ze er zelf niet meer van kon genieten. Ze verklaarde dat het haar geld was en zei: “het is mijn geld en ik doe ermee wat ik wil.” Ze verklaarde tevens dat niemand verder iets van deze rekening afwist en dat niemand ervan hoefde te weten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca, en de alinea staat in dat document op bytes 14235 tot 14581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfbe45fecb4cb1e54625ea7ed04374e9bbe44baa7331379a45b3ea7d00cd82ca | shasum -a 256