Citaat | Hoge Raad 22 december 2017
Onder 3.4.2 Hoge Raad 22 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3263.
Niet in geschil is dat de akte van 30 maart 2010 een onderhandse akte is in de zin van art. 156 lid 3 Rv. Kort gezegd levert een dergelijke akte ingevolge art. 157 lid 2 Rv dwingend bewijs op – behoudens tegenbewijs – dat partijen hebben verklaard wat in de akte is vastgelegd en dat hetgeen is verklaard tussen partijen als waarheid geldt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bf0b80e2e0a18d4a081b12a4b4308f55c18d013abc6a4fe6a0f1cc88b7abb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bf0b80e2e0a18d4a081b12a4b4308f55c18d013abc6a4fe6a0f1cc88b7abb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 19664 tot 20022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bf0b80e2e0a18d4a081b12a4b4308f55c18d013abc6a4fe6a0f1cc88b7abb5d | shasum -a 256