Citaat | Hoge Raad 22 december 2017
Onder 3.4.2 Hoge Raad 22 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3263.
Het hof heeft in rov. 10.5 geoordeeld dat in de akte voor het standpunt van beide partijen argumenten zijn te vinden en dat, nu de akte zelf geen concrete, op koop en verkoop gerichte verklaring bevat, dat stuk dwingende bewijskracht ontbeert ten aanzien van de vraag of door de ondertekening ervan tussen partijen een overeenkomst van koop en verkoop tot stand is gekomen. Daarmee heeft het hof niet de dwingende bewijskracht van de akte miskend, maar geoordeeld dat (uitleg van) hetgeen partijen in de akte hebben verklaard onvoldoende is om daaraan met dwingende bewijskracht de conclusie te verbinden dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Anders dan het onderdeel kennelijk voorstaat, is het hof daarbij terecht ervan uitgegaan dat het voor de dwingende bewijskracht van de akte aankwam op (uitleg van) alleen die akte zelf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bf0b80e2e0a18d4a081b12a4b4308f55c18d013abc6a4fe6a0f1cc88b7abb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bf0b80e2e0a18d4a081b12a4b4308f55c18d013abc6a4fe6a0f1cc88b7abb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 20034 tot 20884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bf0b80e2e0a18d4a081b12a4b4308f55c18d013abc6a4fe6a0f1cc88b7abb5d | shasum -a 256