Citaat | Hoge Raad 22 december 2017
Onder 3.4.5 Hoge Raad 22 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264.
In het arrest van 31 oktober 2014 is onder meer geoordeeld dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, in beginsel behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing (rov. 3.4.2; hierna: de regel van het arrest van 2014). Daarbij is erop gewezen dat deze regel in de afgelopen decennia aan betekenis heeft gewonnen door het toegenomen gewicht van de mondelinge behandeling, en dat mondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting van wezenlijke invloed kan zijn op de oordeelsvorming van de rechter, en niet altijd volledig in een proces-verbaal kan worden weergegeven, nog daargelaten dat het opmaken van een proces-verbaal niet in alle gevallen wettelijk is voorgeschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a8b6fb6af98637c93b8f59ac6d24b83df86a29f5e1adb8ca071cdb47ab1a01e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a8b6fb6af98637c93b8f59ac6d24b83df86a29f5e1adb8ca071cdb47ab1a01e, en de alinea staat in dat document op bytes 18110 tot 19065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a8b6fb6af98637c93b8f59ac6d24b83df86a29f5e1adb8ca071cdb47ab1a01e | shasum -a 256