Citaat | Hoge Raad 22 december 2017
Onder 3.8 Hoge Raad 22 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264.
In deze zaak is in cassatie uitgangspunt dat het hof niet uiterlijk bij de oproeping aan partijen heeft meegedeeld dat de mondelinge behandeling zou plaatsvinden ten overstaan van een raadsheer-commissaris (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.22). Dat is in strijd met hetgeen hiervoor in 3.6.3 is vermeld. De hierop gerichte klachten van onderdeel 3 slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a8b6fb6af98637c93b8f59ac6d24b83df86a29f5e1adb8ca071cdb47ab1a01e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a8b6fb6af98637c93b8f59ac6d24b83df86a29f5e1adb8ca071cdb47ab1a01e, en de alinea staat in dat document op bytes 26215 tot 26600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a8b6fb6af98637c93b8f59ac6d24b83df86a29f5e1adb8ca071cdb47ab1a01e | shasum -a 256