Citaat | Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 3.2.2 Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:33.

“Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad kan deze verklaring nog kort voor de zitting, of zelfs schriftelijk of mondeling ter zitting worden afgegeven, waarna het verzoek in volle omvang kan worden getoetst (vgl. HR 26 september 2008, LJN BD4375). Reeds hierom slaagt het verweer van de advocaat niet. Hierbij merkt de rechtbank met verwijzing naar de door de advocaat aangehaalde jurisprudentie nog op dat het voorgaande onverlet laat dat indien sprake is van een termijnoverschrijding, de door de burgemeester afgegeven last tot inbewaringstelling als een onrechtmatige last in de zin van artikel 28 lid 1 van de Wet Bopz zou kunnen worden aangemerkt. Dat staat echter in deze zaak niet ter beoordeling.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30cc3281c0acc6054d491e88c6f7dea9c41439d1cf8039aeb955c53c4fb51003. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30cc3281c0acc6054d491e88c6f7dea9c41439d1cf8039aeb955c53c4fb51003, en de alinea staat in dat document op bytes 10978 tot 11704.