Citaat | Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 3.5.1 Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:33.
In een geval waarin de inbewaringstelling is gelast op basis van een schriftelijke verklaring van een arts die geen psychiater is, brengt art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM mee dat de rechter een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling slechts mag verlenen na te hebben kennisgenomen van een schriftelijke – dan wel ter zitting mondeling afgelegde en in het proces-verbaal van de zitting te vermelden – verklaring van een niet-behandelend psychiater die persoonlijk de betrokkene na diens inbewaringstelling heeft onderzocht (vgl. HR 26 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4375, NJ 2008/607, rov. 4.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30cc3281c0acc6054d491e88c6f7dea9c41439d1cf8039aeb955c53c4fb51003. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30cc3281c0acc6054d491e88c6f7dea9c41439d1cf8039aeb955c53c4fb51003, en de alinea staat in dat document op bytes 13618 tot 14252.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30cc3281c0acc6054d491e88c6f7dea9c41439d1cf8039aeb955c53c4fb51003 | shasum -a 256