Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 7.3.1. Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:342.

Verdedigd wordt onder meer dat – anders dan waarvan de Hoge Raad in het arrest BNB 2015/203 is uitgegaan – bij de beoordeling van de vraag of een niet in Nederland gevestigd beleggingsfonds objectief vergelijkbaar is met een in Nederland gevestigde fbi, uitsluitend in aanmerking moet worden genomen de wijze waarop het in het buitenland gevestigde fonds onderscheidenlijk de in Nederland gevestigde fbi zelf ter zake van ontvangen dividenden op Nederlandse aandelen in de Nederlandse belastingheffing wordt betrokken. In deze opvatting is niet relevant dat de fbi Nederlandse dividendbelasting inhoudt op aan haar aandeelhouders of participanten uitgekeerde dividenden, aangezien die dividendbelasting niet ten laste komt van de fbi, maar van haar aandeelhouders of participanten. De hier bedoelde opvatting leidt tot de conclusie dat een beleggingsfonds als belanghebbende ter zake van door haar ontvangen Nederlandse dividenden op grond van de Nederlandse fiscale wetgeving zwaarder wordt belast dan een in Nederland gevestigde fbi. De fbi krijgt immers de ten laste van haar ingehouden dividendbelasting gerestitueerd en is overigens ter zake van de ontvangen dividenden geen Nederlandse belasting verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7, en de alinea staat in dat document op bytes 42548 tot 43780.