Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 7.9. Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:342.
Gelet op hetgeen hiervoor in 7.7.1 tot en met 7.8.2 is overwogen kan niet worden gezegd dat het antwoord op vraag 2 van de Rechtbank buiten redelijke twijfel duidelijk is. Daarom zal de Hoge Raad ook met betrekking tot deze vraag overgaan tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie (zie hierna in onderdeel 8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7, en de alinea staat in dat document op bytes 62024 tot 62374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7 | shasum -a 256