Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 7.11. Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:342.
Als de verplichting tot inhouding van Nederlandse dividendbelasting niet als maatstaf voor (on)gelijke behandeling mag dienen, komt de vraag op of die maatstaf dan kan zijn dat ter zake van de dooruitdeling van de Nederlandse dividenden door het ontvangende buitenlandse beleggingsfonds bij wijze van heffing aan de bron belasting wordt ingehouden voor het land waarin dat beleggingsfonds is gevestigd, of dat deze Nederlandse dividenden anderszins bij de achterliggende aandeelhouders of participanten van dat fonds in de belastingheffing van dat land worden betrokken. Als deze laatste vraag bevestigend wordt beantwoord, rijst vervolgens de vraag of de eis kan worden gesteld dat de winst feitelijk wordt dooruitgedeeld, dan wel dat moet volstaan dat de bij het buitenlandse beleggingsfonds voor dooruitdeling beschikbare Nederlandse dividenden geheel of gedeeltelijk bij wijze van fictie bij de achterliggende aandeelhouders of participanten in de belastingheffing van het desbetreffende land worden betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7, en de alinea staat in dat document op bytes 62776 tot 63804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/259b97d4d76fba175b824959b09684d6051e214dddf26107c9f64374f7461ff7 | shasum -a 256