Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 7.9. Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:346.
Gelet op hetgeen hiervoor in 7.5 tot en met 7.8 is overwogen kan niet worden gezegd dat het buiten redelijke twijfel is hoe het antwoord op vraag 2 van de Rechtbank dient te luiden. Daarom zal de Hoge Raad ook met betrekking tot deze vraag overgaan tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie (zie hierna in onderdeel 8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/260408ea256928a0a40ae79f7c3ffb3599437f5ec905d3c38d4f6582be3cfec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 260408ea256928a0a40ae79f7c3ffb3599437f5ec905d3c38d4f6582be3cfec4, en de alinea staat in dat document op bytes 35669 tot 36029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/260408ea256928a0a40ae79f7c3ffb3599437f5ec905d3c38d4f6582be3cfec4 | shasum -a 256