Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:356.
Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Daartoe heeft het Hof geoordeeld dat de tekst van artikel 66, lid 3, van de Successiewet en de wetsgeschiedenis van dat artikellid er op duiden dat de bevoegdheid tot navordering op grond van artikel 16, lid 4, AWR nog aanwezig diende te zijn ten tijde van de inwerkingtreding van dat artikellid (1 januari 2012). Voorts heeft het Hof overwogen dat herleving van een reeds verstreken navorderingsbevoegdheid zozeer ingrijpt in het wettelijke systeem, dat de wetgever expliciet terugwerkende kracht aan artikel 66, lid 3, van de Successiewet had moeten verlenen om dit doel te bereiken. Aangezien dit niet is gebeurd, is er geen grond om te concluderen dat de navorderingsbevoegdheid is herleefd, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6, en de alinea staat in dat document op bytes 9148 tot 9918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6 | shasum -a 256