Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 2.4.1. Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:356.

Artikel 16, lid 3, AWR bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. In afwijking van het derde lid, bepaalt artikel 16, lid 4, AWR dat de bevoegdheid tot navorderen vervalt door verloop van twaalf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan indien te weinig belasting is geheven over een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen. Artikel 66, lid 3, van de Successiewet, is in werking getreden op 1 januari 2012 zonder dat daarbij in overgangsrecht is voorzien. Dit artikellid bepaalt dat voor de heffing van erfbelasting in afwijking van artikel 16, lid 4, AWR de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag niet vervalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6, en de alinea staat in dat document op bytes 10150 tot 10999.