Citaat | Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 2.4.2. Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:356.

Uit de tekst van artikel 66, lid 3, van de Successiewet volgt niet zonder meer dat de bepaling ook onbeperkte bevoegdheid tot navordering schept in gevallen waarin die bevoegdheid niet meer bestond in verband met het bepaalde in artikel 16, lid 4, AWR. De vraag of dat het geval is, moet worden beantwoord door uitlegging van artikel 66, lid 3, van de Successiewet. Daarbij is de rechter niet aan enige bijzondere beperking gebonden en mag hij, naast de bewoordingen, acht slaan op onder meer de strekking en de geschiedenis van de totstandkoming van dit artikellid (vgl. HR 7 maart 1979, nr. 19017, ECLI:NL:HR:1979:AB7440, BNB 1979/125).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3b161528d8e3c6ce626ae744a5912b5d35d92323765c68f35922272b65b99d6, en de alinea staat in dat document op bytes 11073 tot 11725.