Citaat | Hoge Raad 7 maart 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 7 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:371.
Achterin de bus zag ik, verbalisant [verbalisant 2] , een witte tas staan waar ik de vrouw, bleek later [medeverdachte 2] , eerder in Haarlem mee had zien lopen. Ik bekeek de tas en zag dat deze ook geprepareerd was. Ik hoorde [medeverdachte 2] zeggen dat de tas niet van haar was. Echter trof ik in deze tas nog een klein zwart tasje aan. In dit tasje vond ik een uitstel van betaling op haar naam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa05e4d19643f5aeab64099a4ab61ba16a8eb87206e4ab6f3a4b00763a351e72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa05e4d19643f5aeab64099a4ab61ba16a8eb87206e4ab6f3a4b00763a351e72, en de alinea staat in dat document op bytes 12649 tot 13061.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa05e4d19643f5aeab64099a4ab61ba16a8eb87206e4ab6f3a4b00763a351e72 | shasum -a 256