Citaat | Hoge Raad 7 maart 2017
Onder 2.2.3. Hoge Raad 7 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:376.
De verdachte heeft verklaard dat het geldbedrag van € 142.250,- (verdachtes inbreng in [medeverdachte] in 2004) grotendeels te verklaren is vanuit een geldlening ten bedrage van 150.000 Amerikaanse dollars, welke lening hij is aangegaan met de vader van [betrokkene] in 2001, in Ecuador. De geleende dollars zou hij tot 2004 contant in een bankkluis hebben bewaard en vervolgens hebben gewisseld in euro's. Hij heeft sinds het aangaan van de lening geen contact meer met de geldverstrekker gehad, dan wel enig deel van het geleende geld afgelost. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat de verdachte bij dit ingenomen standpunt blijft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33fe45e7f240e788af6c422df3c2e748bfaa2cbcbee7269ba7d86e4846740e08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33fe45e7f240e788af6c422df3c2e748bfaa2cbcbee7269ba7d86e4846740e08, en de alinea staat in dat document op bytes 27739 tot 28426.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33fe45e7f240e788af6c422df3c2e748bfaa2cbcbee7269ba7d86e4846740e08 | shasum -a 256