Citaat | Hoge Raad 7 maart 2017

Onder 2.8. Hoge Raad 7 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:376.

Deze rechtsregel geldt slechts indien aannemelijk is dat de in de bewezenverklaring bedoelde geldbedragen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat door of namens de verdachte met voldoende concretisering is aangevoerd dat deze geldbedragen afkomstig zijn uit een door hetzij de verdachte, hetzij [A] B.V. en/of [medeverdachte] begaan misdrijf, terwijl uit de bewijsvoering van het Hof, zoals is weergegeven onder 2.2.2 en 2.2.3, evenmin rechtstreeks voortvloeit dat deze geldbedragen afkomstig zijn uit een door hetzij de verdachte, hetzij [A] B.V. en/of [medeverdachte] begaan grondmisdrijf. Dat betekent dat voormelde nadere motiveringseisen in de onderhavige zaak niet van toepassing zijn en dat ook deze klacht faalt. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33fe45e7f240e788af6c422df3c2e748bfaa2cbcbee7269ba7d86e4846740e08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33fe45e7f240e788af6c422df3c2e748bfaa2cbcbee7269ba7d86e4846740e08, en de alinea staat in dat document op bytes 34057 tot 34941.