Citaat | Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 5.2.1. Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:40.
37. Daarnaast zijn nog twee bijzondere omstandigheden in dit kader van belang. Dit betreft ten eerste de communicatie die heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] en de KMAR in 2006/2007. [verdachte] voerde toen - in het kader van haar zorgverplichting - ook controles uit in Nederland als vangnet, voor het geval het eerder in de keten niet goed was gegaan. Indien bleek dat passagiers niet over de juiste documenten beschikten, werden zij door [verdachte] terug vervoerd naar de Verenigde Staten of omgeboekt naar een andere vlucht, waardoor een dubbele Schengen transfer niet meer aan de orde zou zijn. Door de KMAR is aan de heer Jonathan Blackwell, een station manager van [verdachte] op Schiphol, gecommuniceerd dat dit niet was toegestaan, aangezien het personeel van [verdachte] niet kon worden aangemerkt als 'grensbewaker'. We hebben een schriftelijke verklaring van hem omtrent deze gebeurtenis toegevoegd als Bijlage 16.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e994d282593d70721264200535d1d126f74b5a1f6ae1053307b46f8cdddfb70d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e994d282593d70721264200535d1d126f74b5a1f6ae1053307b46f8cdddfb70d, en de alinea staat in dat document op bytes 34699 tot 35643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e994d282593d70721264200535d1d126f74b5a1f6ae1053307b46f8cdddfb70d | shasum -a 256