Citaat | Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 5.2.1. Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:40.
24. Het verwijt dat [verdachte] vandaag wordt gemaakt is in alle zaken gelijk: [verdachte] heeft niet de nodige maatregelen genomen en/of het toezicht gehouden dat redelijkerwijs van haar kan worden gevorderd, om te voorkomen dat door een vreemdeling niet werd voldaan aan art. 5 lid 1 a van de Schengengrenscode of art. 3 lid 1 onder a van de Vreemdelingenwet 2000. Deze omschrijving sluit aan bij de wettekst van art. 4 Vreemdelingenwet, waarin het ook gaat om het nemen van maatregelen of het houden van toezicht dat redelijkerwijs van de vervoerder kan worden gevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e994d282593d70721264200535d1d126f74b5a1f6ae1053307b46f8cdddfb70d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e994d282593d70721264200535d1d126f74b5a1f6ae1053307b46f8cdddfb70d, en de alinea staat in dat document op bytes 25565 tot 26153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e994d282593d70721264200535d1d126f74b5a1f6ae1053307b46f8cdddfb70d | shasum -a 256