Citaat | Hoge Raad 10 maart 2017
Onder 3.2.2 Hoge Raad 10 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404.
De rechtbank was van oordeel dat [eiseres] niet heeft gehandeld overeenkomstig de eisen die kunnen worden gesteld aan een redelijk handelend en redelijk bekwaam (cassatie)advocaat, omdat zij in het cassatiemiddel niet heeft verwezen naar de passage in de memorie van grieven in de eerste procedure, zodat het middel niet voldeed aan de vereisten ingevolge art. 407 lid 2 Rv (rov. 4.1 – 4.9). De rechtbank heeft op die grond de overeenkomst van opdracht ontbonden en [eiseres] veroordeeld het door [verweerster] aan haar betaalde honorarium en de kosten terug te betalen. Deze beslissingen zijn in het verdere verloop van de procedure niet bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aff751740dd399fe343376bc5c780cbd8bfb2f1200fca266cc9fa18b1b62ae46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aff751740dd399fe343376bc5c780cbd8bfb2f1200fca266cc9fa18b1b62ae46, en de alinea staat in dat document op bytes 14410 tot 15075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aff751740dd399fe343376bc5c780cbd8bfb2f1200fca266cc9fa18b1b62ae46 | shasum -a 256