Citaat | Hoge Raad 10 maart 2017
Onder 3.6.2 Hoge Raad 10 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411.
Is overeenkomstig het hiervoor in 3.6.1 overwogene een partij de gelegenheid gegeven om de niet opgeroepen personen op de voet van art. 118 Rv in het geding te betrekken, maar maakt deze niet (of niet tijdig) van die gelegenheid gebruik, dan dient zij op grond van het hiervoor in 3.4 overwogene niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering respectievelijk het door haar aangewende rechtsmiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5e9f190da81750f70c79a70d6acd78d20caa6e88a1357255a440e2b9826ea23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5e9f190da81750f70c79a70d6acd78d20caa6e88a1357255a440e2b9826ea23, en de alinea staat in dat document op bytes 17505 tot 17924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5e9f190da81750f70c79a70d6acd78d20caa6e88a1357255a440e2b9826ea23 | shasum -a 256