Citaat | Hoge Raad 10 maart 2017

Onder 3.3 Hoge Raad 10 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:412.

Indien de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij uit diens uitingen heeft afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen afleiden dat deze op ondubbelzinnige wijze haar wil om in de uitspraak te berusten tot uitdrukking heeft gebracht, kan jegens die wederpartij op het ontbreken van die wil geen beroep worden gedaan (art. 3:59 BW in verbinding met art. 3:35 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ccf03d4c9506288f2a39612e04fa979fd287558bc3092479865f6131f98719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ccf03d4c9506288f2a39612e04fa979fd287558bc3092479865f6131f98719, en de alinea staat in dat document op bytes 10575 tot 10985.