Citaat | Hoge Raad 10 maart 2017
Onder 3.4 Hoge Raad 10 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:412.
Het hiervoor in 3.3 genoemde vereiste dat de in het ongelijk gestelde partij na de uitspraak jegens de wederpartij heeft verklaard dat zij zich bij de uitspraak neerlegt, vergt dat sprake is van een tot die wederpartij gerichte verklaring als bedoeld in art. 3:37 lid 3 BW. Een tot een derde gerichte mededeling levert geen berusting op (vgl. HR 13 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AG7057, NJ 1996/108).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ccf03d4c9506288f2a39612e04fa979fd287558bc3092479865f6131f98719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ccf03d4c9506288f2a39612e04fa979fd287558bc3092479865f6131f98719, en de alinea staat in dat document op bytes 11105 tot 11518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9ccf03d4c9506288f2a39612e04fa979fd287558bc3092479865f6131f98719 | shasum -a 256