Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017

Onder 1 Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b226fac48f88535fe97cd35be090e50d85d727ca2b6459bf7586e379a56c3819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b226fac48f88535fe97cd35be090e50d85d727ca2b6459bf7586e379a56c3819, en de alinea staat in dat document op bytes 8386 tot 8722.