Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017
Onder 6.1.3 Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413.
Voor wat betreft het voornoemde eerste vereiste merkt het hof op dat de verdachte, om onder het bereik van artikel 140a van het Wetboek van Strafrecht te vallen, lid moet zijn geweest van of hebben behoord tot het betreffende duurzame en gestructureerde samenwerkingsverband. Daarvoor bevat het dossier naar het oordeel van het hof onvoldoende bewijs. De verdachte heeft weliswaar in de tenlastegelegde periode en daaraan voorafgaand veel interesse gehad in en onderzoek gedaan naar de gewapende strijd en diverse terroristische organisaties, wier gedachtengoed en doelstelling zij wellicht ook aanhing en wilde ondersteunen, maar daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat zij lid was van of behoorde tot het samenwerkingsverband van de IJU en/of DTM. Zij heeft naar het oordeel van het hof als buitenstaander geld opgestuurd naar tussenpersonen die waren verbonden aan deze organisaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b226fac48f88535fe97cd35be090e50d85d727ca2b6459bf7586e379a56c3819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b226fac48f88535fe97cd35be090e50d85d727ca2b6459bf7586e379a56c3819, en de alinea staat in dat document op bytes 16731 tot 17639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b226fac48f88535fe97cd35be090e50d85d727ca2b6459bf7586e379a56c3819 | shasum -a 256