Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017
Onder 4.4. Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:416.
Het middel berust op de opvatting dat voor het "werven van gelden" als bedoeld in art. 140, vierde lid, Sr niet is vereist dat die gelden (reeds) ten goede zijn gekomen aan de in dat artikel bedoelde organisatie. Die opvatting is juist. Bij het "werven van gelden" is niet doorslaggevend of het werven resultaat heeft doordat gelden ten goede van de in art. 140, vierde lid, Sr bedoelde organisatie zijn gekomen. Bij een andere uitleg zou onduidelijk zijn wat de zelfstandige betekenis is van het in art. 140, vierde lid, Sr opgenomen begrip "verlenen van geldelijke steun".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c, en de alinea staat in dat document op bytes 33261 tot 33848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c | shasum -a 256