Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017

Onder 3.2.2. Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:416.

Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak de ten laste gelegde feiten die verdachte zou hebben voorbereid - moord en doodslag - niet aan de bovengenoemde eis van concreetheid voldoen. Zoals hiervoor is overwogen, is wel vast komen te staan dat verdachte van plan was om zich op enig moment aan te sluiten bij de gewapende strijd in Syrië, maar alleen op grond daarvan kan niet bewezen worden verklaard dat hij moord en/of doodslag heeft voorbereid of bevorderd. In het dossier bevindt zich geen enkel bewijsmiddel dat verdachte bezig was met de voorbereiding van een concrete moord of doodslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c, en de alinea staat in dat document op bytes 20161 tot 20777.