Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017
Onder 3.6. Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:416.
Het oordeel van het Hof dat voor toepassing van art. 96, tweede lid, Sr vereist is dat "tijd, plaats en wijze van uitvoering" van de door de verdachte voorbereide misdrijven zouden moeten vaststaan, is dus onjuist. Het middel slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c, en de alinea staat in dat document op bytes 27025 tot 27271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17ccdd9edafe015bc1ace67196f2b88311b238e3865c2c80dc5ec3469d2d615c | shasum -a 256