Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:430.
In 1998 ben ik als vrijwilligster bij [A] gaan werken. Mijn taak was om plastic tassen met stukken van mensen die zich aanmelden voor schuldbemiddeling op te ruimen. In die tassen zat van alles: aanmaningen, rekeningen van deurwaarders e.d. ik legde per cliënt een ordner aan. In mei 1999 ben ik de administratie gaan doen. Op maandlijsten, per cliënt, werden de te verrichten betalingen opgenomen en de uitgaven via de kas stonden in het kasboek. Er was geen derdenrekening. Ik kreeg ook de bankafschriften. De maandlijsten werden in twee ordners, alfabetisch, bewaard. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f66cc086757d1df2593b88365017b67d816ee3952af36ae43fe35e102bc56db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f66cc086757d1df2593b88365017b67d816ee3952af36ae43fe35e102bc56db, en de alinea staat in dat document op bytes 24233 tot 24824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f66cc086757d1df2593b88365017b67d816ee3952af36ae43fe35e102bc56db | shasum -a 256