Citaat | Hoge Raad 14 maart 2017

Onder 2.2.2. Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:430.

Voor zover ik heb kunnen constateren was binnen de stichting geen andere boekhoudingsadministratie aanwezig dan de klad kasadministratie/handmatig bijgehouden kasboek, die ik van [betrokkene 1] ontving. [betrokkene 1] was een van de reeds eerder uitgetreden bestuurders. Ondanks herhaalde vragen van mij zowel aan [verdachte] als aan [betrokkene 1] , heb ik niet meer ontvangen dan op 7 mei 2001 een aantal dozen waarvan ik u een kopie van de specificatie van de inhoud overhandig. Vervolgens heb ik op 9 oktober 2000 een brief gestuurd naar [verdachte] , de laatste penningmeester, met daarin het verzoek om informatie te verschaffen over de gevoerde administratie van de stichting [B] . Van [betrokkene 1] , een eerder uitgetreden bestuurder, ontving ik een brief, welke voor gezien en akkoord was getekend door [verdachte] , waarin antwoord werd gegeven op de door mij gestelde vragen. In deze brief werd gesteld dat er geen boekhouding aanwezig was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f66cc086757d1df2593b88365017b67d816ee3952af36ae43fe35e102bc56db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f66cc086757d1df2593b88365017b67d816ee3952af36ae43fe35e102bc56db, en de alinea staat in dat document op bytes 12876 tot 13842.