Citaat | Hoge Raad 27 januari 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 27 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:45.

Het Hof heeft, met overneming van de daartoe door de Rechtbank gebezigde gronden, vooropgesteld, onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013, C-437/12, X, ECLI:EU:C:2013:857, BNB 2016/183 (hierna: het arrest HvJ BNB 2016/183), dat de ter zake van de registratie van een personenauto verschuldigde bpm niet hoger mag zijn dan het laagste restbedrag aan bpm dat is vervat in de waarde van gelijksoortige reeds in Nederland geregistreerde voertuigen. Uit dat arrest volgt, aldus het Hof, dat voor het aanmerken als een gelijksoortig voertuig uitsluitend van belang zijn de kenmerken die te maken hebben met de aard van het voertuig zelf. Zo sprake is van een gelijksoortige personenauto in vorenbedoelde zin, hetgeen hier volgens het Hof het geval is, mag bij het bepalen van de hoogte van de in artikel 10, lid 2, van de Wet bpm bedoelde afschrijving worden uitgegaan van de laagste op een koerslijst vermelde waarde van de referentieauto, in dit geval de inkoopwaarde van € 60.859. Niet is van belang, aldus het Hof, hoe belanghebbende eigenaar is geworden van de auto noch het feit dat belanghebbende de auto heeft ingekocht met berekening van omzetbelasting over de vergoeding. Meer in het bijzonder is niet van belang, aldus nog steeds het Hof, de fiscale herkomst van de auto, aangezien die omstandigheid geen eigenschap is die aan de auto kleeft en zodoende de heffing van bpm niet beïnvloedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97df634b47ca650f42bc36468bbfdc08205f2eb2b5d4978292fc0a1dd07e9bf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97df634b47ca650f42bc36468bbfdc08205f2eb2b5d4978292fc0a1dd07e9bf0, en de alinea staat in dat document op bytes 11015 tot 12484.