Citaat | Hoge Raad 27 januari 2017

Onder 2.4.3. Hoge Raad 27 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:45.

Voor de berekening van de in artikel 10, lid 2, van de Wet bpm bedoelde afschrijving komt - anders dan het middel tot uitgangspunt neemt - zonder meer niet in aanmerking de hiervoor in 2.1.3, onder a, bedoelde inkoopwaarde, aangezien deze inkoopwaarde niet is gebaseerd op de prijs die door een wederverkoper wordt gehanteerd bij aankoop van personenauto’s van een particulier. Daaraan doet niet af de omstandigheid dat een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland ook een inkoopprijs vermeldt als hiervoor in 2.1.3, onder a, bedoeld. Evenmin kan uit het bepaalde in artikel 8, lid 4, letter a, van de Uitvoeringsregeling bpm worden afgeleid dat een belastingplichtige is gehouden laatstbedoelde hogere inkoopwaarde te gebruiken. Aansluiten bij de hiervoor in 2.1.3, onder a, bedoelde hogere inkoopwaarde zou betekenen dat niet wordt voldaan aan de hiervoor in 2.4.1 vermelde voorwaarden waaraan een heffing van een registratiebelasting op een tweedehands motorvoertuig ingevolge artikel 110 VWEU moet voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97df634b47ca650f42bc36468bbfdc08205f2eb2b5d4978292fc0a1dd07e9bf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97df634b47ca650f42bc36468bbfdc08205f2eb2b5d4978292fc0a1dd07e9bf0, en de alinea staat in dat document op bytes 16352 tot 17459.