Citaat | Hoge Raad 17 maart 2017

Onder 3.8.3 Hoge Raad 17 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:459.

Aangezien [verzoekster] zich beroept op het bestaan (en de mededeling) van goedkeuring van de tekening en hij, [verzoekster] , het contact met VNL/WSM onderhield voor de tekening en de levering van de prefab wanden, rust de bewijslast van die goedkeuring op [verzoekster] . Derhalve heeft de rechtbank [verzoekster] terecht belast met het door hem aangeboden bewijs van zijn stelling dat [betrokkene 1] of [betrokkene 2] hem voor de bouwvergadering van 1 november 2007 telefonisch heeft meegedeeld dat de tekeningen voor de kelder waren goedgekeurd. De grief van [verzoekster] faalt daarom. Voor zover de incidentele grieven A tot en met F van [verweerder 1] ertoe strekken dat zijn vorderingen zonder nadere bewijslevering kunnen worden toegewezen, slagen zij dus niet.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fef3511677652ebb9e96510ecae35a98c1d44934eb49ab6ae2b00edf2d5158eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fef3511677652ebb9e96510ecae35a98c1d44934eb49ab6ae2b00edf2d5158eb, en de alinea staat in dat document op bytes 14601 tot 15387.