Citaat | Hoge Raad 17 maart 2017

Onder 4.2 Hoge Raad 17 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:459.

De klacht faalt. [verzoekster] heeft erkend (memorie van grieven, p. 20 onder E-F) dat het stempel “definitief” door VNL op de tekening van de wanden is geplaatst op aangeven van [verzoekster] zelf, namelijk omdat [verzoekster] aan VNL had doorgegeven dat zij telefonisch van [betrokkene 1] of [betrokkene 2] had vernomen dat de tekeningen door de constructeur waren goedgekeurd, en dat zij vervolgens de tekening met daarop het stempel “definitief” voorafgaand aan de tweede bouwvergadering aan [betrokkene 2] heeft afgegeven. In dat licht is, mede gelet op het oordeel van het hof dat de telefonische goedkeuring niet vaststaat, niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof is voorbijgegaan aan het betoog van [verzoekster] dat zij aan de hiervoor weergegeven vermelding in het verslag van de tweede bouwvergadering het vertrouwen mocht ontlenen dat de constructeur de wapening had gecontroleerd. Dat behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fef3511677652ebb9e96510ecae35a98c1d44934eb49ab6ae2b00edf2d5158eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fef3511677652ebb9e96510ecae35a98c1d44934eb49ab6ae2b00edf2d5158eb, en de alinea staat in dat document op bytes 21787 tot 22741.