Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 21 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467.

A: De man die op de beelden als eerste voorbij komt lopen kan [medeverdachte] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ) zijn, dus de [medeverdachte] de zoon van [betrokkene 6] . Hij heeft dezelfde manier van lopen. Ik heb [medeverdachte] vaker zo zien lopen. Ik zag een heel specifiek kenmerk van deze man dat [medeverdachte] ook heeft. Dat was namelijk dat je heel kort zag hoe de man zijn broek optrok nadat hij over dat hek was gesprongen en tussen de auto's stond. Ik zag dat de man met zijn handen de broek aan de achterzijde aan de broekband omhoog trok. Ik heb die manier van een broek omhoog trekken vaker bij [medeverdachte] gezien. Dat is typisch een specifiek kenmerk van [medeverdachte] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55, en de alinea staat in dat document op bytes 33278 tot 34000.